Tips
Energiemanagement
Energie is erg belangrijk. Je moet proberen om de maximale energie te sparen tot aan de laatste kilometer van de etappe om voordeel te halen op de andere renners.

De energie van je renner wordt weergegeven door twee balken:
  • . de aanvalsbalk laat de energie voor aanvallen zien
  • . de energiebalk laat de reserves zien voor aanhoudende inspanningen.
De aanvalsbalk neemt af wanneer je renner aanvalt. Wanneer de balk leeg is, kan de renner niet langer aanvallen. Om de aanvalsbalk weer te vullen, moet je renner langzamer rijden of een rode voedingsgel eten.

Het maximumniveau van de aanvalsbalk daalt afhankelijk van de maximum hoeveelheid van de energiebalk. Als de energiebalk vol is, kan de aanvalsbalk zich vullen tot het maximum. Als de energiebalk leeg is, wordt het maximum niveau van de aanvalsbalk verlaagd met 20%.

De energiebalk daalt als je renner zich erg inspant. Het stijgt als je renner met lage snelheid rijdt of als hij een blauwe voeding neemt. Het maximum niveau van de energiebalk daalt gedurende de wedstrijd terwijl de frisheid afneemt wanneer het aantal gereden kilometers toeneemt.

Als de 2 balken leeg zijn, zal de renner instorten. Zijn inspanning zal maar een paar seconden begrensd zijn, maar daardoor zal hij veel tijd verliezen.
Jezelf beschermen tegen de wind
De oppervlakte van de rode schijf toont of je renner beschut is tegen de wind en of daardoor zijn energie langzamer of sneller opraakt. Als het rode gebied onzichtbaar is, is je renner volledig beschut en wordt hij niet beïnvloed door de wind. Als het gebied groot is, heeft je renner heel veel last van de wind en raakt hij sneller vermoeid. Hoe sterker de wind, hoe belangrijker het is om de renner te beschermen en te voorkomen dat hij te veel energie verliest, zeker in gebieden met veel wind.

Ook de luchtstroom bij de ellebogen van de renner laat zien aan hoeveel wind hij wordt blootgesteld. Als die luchtstroom te zien is, krijgt je renner veel wind te verduren en is hij daar niet of nauwelijks tegen beschut. Voor meer beschutting kun je een ploeggenoot vragen om de renner te komen beschermen.

Wind effect


In het diagram aan de linkerkant komt de wind van de linkerkant en dus is het noodzakelijk dat je tegenstanders of ploeggenoten zichzelf links van je renner plaatsen (in geel). Deze diagonale formatie wordt een 'waaier' genoemd. Hoe meer tegenwind er is, hoe meer de waaier lijkt op een verticale lijn (middelste diagram). Als de wind van rechts komt (diagram rechts), is de vorm omgekeerd. Het is het beste te proberen altijd tenminste 5 renners tussen jouw renner en de wind te houden.
Uitvoeren van kopwerk
Het uitvoeren van kopwerk bestaat uit het bepalen van het tempo op kop van een groep voor een korte tijd. De renner is dus niet beschermd tegen de wind en zal sneller uitgeput raken dan zijn tegenstanders die achter hem rijden. De ketting van aflossingen zorgen ervoor dat de inspanningen worden verdeeld tussen de renners.

Volg een renner naar de kop van de groep (diagram 1 en 2). Wanneer hij afgeeft is het tijd voor jouw renner om het tempo te bepalen (diagram 3). Wanneer je denk dat je genoeg kopwerk hebt gedaan, plaats je renner dan achter de anderen (diagram 4) en volg ze totdat je weer aan de leiding komt.

Relais


Als je in het peloton rijdt zijn er situaties waarin je ploeg het tempo in het peloton moet bepalen. Dit wordt 'Het gewicht van de wedstrijd dragen' genoemd. Je ploeg moet het tempo van het peloton bepalen als:
  • . een van je renners de gele trui draagt,
  • . in een vlakke etappe en als je ploeg een van de beste sprinters in het peloton heeft.
Als je ploeg niet deelneemt, hebben de vluchters meer kans om voor de overwinning te strijden omdat andere ploegen minder kopwerk zullen doen.

Als vluchter moet je regelmatig kopwerk doen om 'de vlucht in leven te houden', anders zullen andere renners aanvallen om je renner, die dan als een 'rat' wordt beschouwd, te laten lossen. Dit kan een strategie zijn om te proberen de vluchters de desorganiseren of je tegenstanders te dwingen aan te vallen tegen het einde.

Maar er zijn situaties waarin deze regels niet opgaan:
  • . als je een renner in een ontsnapping plaatst, hoef je niet langer het gewicht van de wedstrijd te dragen (behalve als je de gele trui hebt en je renner niet als beste is geplaatst in het algemeen klassement van de vluchters).
  • . als je renner is ontsnapt en je de gele trui hebt, dan hoef je geen kopwerk te doen om te voorkomen dat je ploeggenoten die het gewicht van de wedstrijd in het peloton dragen een te groot gat moeten dichtrijden.
  • . als een ploeggenoot dichtbij is en bijna aansluiting krijgt met je groep, mag je geen kopwerk doen om hem zo terug te laten komen. Zodra hij is aangesloten, kun je weer samenwerken.
Handhaven van het gat
Het handhaven van het gat tussen het peloton en de vluchters wordt voornamelijk gedaan in vlakke en heuvelachtige etappes, waarin de groep zichzelf makkelijker kan laten zien. In de bergen is het vaak moeilijk om een ploeg samen te stellen met genoeg efficiënte klimmers om het tempo te bepalen voor de gehele duur van een etappe. Het blijft echter mogelijk.

Het is noodzakelijk om de instructie 'Kopwerk' te geven aan sommige renners zodat ze de inspanning kunnen delen. Om niet teveel risico te lopen, is het beter om niet meer dan een minuut per 10 kilometer voorsprong toe te staan (de regel van Chapatte, genoemd als hommage aan een journalist Robert Chapatte, die deze regel bedacht en vaak wordt gebruikt in het verloop van een wedstrijd: 'Opdat een ontsnapte renner zich kan handhaven heeft hij tenminste 1 minuut voorsprong op 10 kilometer voor de eindstreep nodig om de terugkeer van het peloton te weerstaan'. Bijvoorbeeld: op 50 km voor de finish moet het gat met het peloton binnen de 5 minuten liggen om kans te maken de vluchters terug te pakken in een vlakke wedstrijd. Maar pas op: hoe meer renners in de vluchtgroep zitten, hoe moeilijker het is om ze weer terug te halen.
Aanvallen
Op het goede moment een aanval plaatsen is belangrijk omdat een aanval veel energie kost en het heeft de voorkeur geen energie te verspillen.

Om de aanvallen efficiënter te maken, is het beter om vooraf het tempo op te voeren. Het perfecte scenario is om naar de kop van een groep te versnellen en je aanval vol in te zetten op het moment dat je naast de renner in 2e of 3e positie rijdt.

Als je aan het begin van de etappe wilt deelnemen aan een vroege ontsnapping, is het goed om andere renners die aanvallen te volgen. Door achter ze aan te rijden spaart je renner een beetje energie. Maar als het peloton reageert op deze aanval, kan je renner een tegenaanval proberen en dan ontsnappen. Het is beter om te ontsnappen als groep dan alleen, omdat je hierdoor sneller je energie kunt herstellen. Ook ben je dan beter beschermd tegen de wind en heb je een grotere kans om te voorkomen dat het peloton terugkomt. Pas echter op, het peloton laat zelden een grote groep gaan.

Als je denkt dat je renner aan het eind van een etappe genoeg over heeft om het peloton te weerstaan, kan hij aanvallen om zijn ploeggenoten in de ontsnapping te helpen. Het is dus goed om het profiel te bekijken om zo gebruik te maken van de moeilijkheden. Als de laatste kilometers vlak zijn, let er dan op dat een voorsprong van meer dan een minuut per 10 kilometer voor de eindstreep nodig is om kans te maken op een geslaagde poging. Als er moeilijkheden zijn, moet de voorsprong echter nog groter zijn.
Bergklassement
Als je in de aanval wilt gaan tijdens een bergetappe, moet je renner bij voorkeur bij de beste 10 renners zitten wanneer hij op 1 km van de top is. Begin op 600 meter voor de top steeds meer aan te vallen en wacht tot de laatste 300 meter voor de top om voluit in de aanval te gaan. Kwaliteiten in heuvel, bergen en versnellingen spelen natuurlijk een grote rol als je aan kop wilt komen in bergetappes.
Massasprint
Om een massasprint te winnen, is de positie van een renner belangrijk. Op 10 km voor de eindstreep moet je sprinter bij de eersten in het peloton zitten, ergens in de buurt van de 20e plaats, om niet te veel last te hebben van de wind. Op 5 km voor de eindstreep moet je sprinter rond de 10e plaats rijden. Het is ideaal als hij achter een andere goede sprinter kan aanrijden en als zijn rode balk nog steeds vol is. Vanaf dit moment is het noodzakelijk om te proberen geen plaats te verliezen en renners te ontwijken die achterop raken.

Sprint etape 1


Iets voor de laatste kilometer kun je aan je sprint beginnen. Sprint niet direct helemaal voluit. Probeer in het spoor van andere sprinters te rijden om zo te profiteren van bescherming tegen de wind. Op ongeveer 600 m van de eindstreep geef je alles om iedereen in te halen. Het moment waarop je er vol voor gaat, hangt af van de karakteristieken van je sprinter en de energie die hij nog over heeft.

Sprint etape 2


Afdalen van een pas
De afdaling is een gevaarlijke bezigheid waarin de kleinste fout kan leiden tot een val. Wanneer de lijn groen is, kan je renner doorrijden zonder te remmen. Wanneer hij rood is, is het absoluut nodig om te remmen anders is een val onvermijdelijk. Wanner hij oranje is, is het mogelijk om door te rijden, maar de lijn moet perfect zijn. Als je in het peloton rijdt en het zicht is beperkt, kun je de Volg-modus gebruiken.

Het rijden van bochten vereist 3 fasen:
  • . het ingaan: je renner moet remmen zodat de lijn in de bocht groen wordt
  • . het draaien: als je renner genoeg heeft geremd voordat hij de bocht in ging, hoeft hij alleen maar zonder te remmen de binnenkant van de bocht te nemen.
  • . het uitkomen: als je renner de binnenkant van de bocht is gepasseerd, kan hij weer beginnen te trappen.
Als er niet te veel wind op de weg staat en de helling minder dan 6% is, gebruik dan de aerodynamische positie om weer energie te winnen. Het heeft de voorkeur om je renner in de aerodynamische positie te zetten wanneer hij al een hoge snelheid in de afdaling heeft. Als het wordt gebruikt terwijl de snelheid te laag is, zal je renner tijd verliezen omdat hij dan beter kan versnellen door te trappen.
Beheren van een tijdrit
Om te weten hoe je iemands inspanning kunt beheren, is het belangrijk het profiel te bestuderen. De renner verbruikt meer energie in beklimmingen dan op het vlakke en verbruikt bijna geen energie bij het afdalen. Het is daarom noodzakelijk om je voor te bereiden op heuvels en afdalingen om te weten of je renner te veel of te weinig energie heeft geconsumeerd.

Om je te helpen, houd je het afstandsicoon in de gaten. Daarna kun je de nog te rijden afstand vergelijken met de energie die je renner nog over heeft.

In ploegentijdritten blijven de regels van de individuele tijdrit intact. Om een goede tijd te bereiken is het belangrijk om je ploeg goed te kennen en de tijdritspecialisten meer kopwerk te laten doen dan de zwakkere renners.

De tijd van de ploeg wordt bepaald door de 5e renner die de eindstreep passeert. Het is belangrijk om te finishen met de leider bij de eerste 5.