Woordenlijst
200 meter
Baanwielrenonderdeel. Anderhalve ronde heeft een renner de tijd om te accelereren. Als de stopwatch aangaat, heeft hij nog 200 meter om zijn maximale snelheid te behalen en vast te houden.
Aan het elastiek hangen
Slaat op een renner die telkens moet lossen en weer terugkomt.
Avonturier
Renner die vaak erg vroeg in de koers al in de aanval gaat. Zijn kwaliteiten als sprinter en klimmer zijn te beperkt om met de besten mee te kunnen.
Bekeken rijden
Een renner spaart zijn krachten voor later in de koers. Hij werkt niet effectief mee tijdens een ontsnapping.
Bidon
Stelt renners in staat om te drinken.
Bolletjestrui
Shirt gedragen door de nr. 1 in het bergklassement. Er worden punten uitgereikt aan de eerste renners op bepaalde beklimmingen.
Bus
Groep met renners zonder klimmerskwaliteiten, die zich tijdens bergetappes formeert met slechts één doel: binnen de tijdslimiet de finish halen.
Dansen
Op de pedalen staan, meestal tijdens beklimmingen.
Demarrage
Zeer krachtige versnelling.
Draften
Dicht op het wiel van je voorganger rijden om optimaal te profiteren van de slipstream.
Eindsprint
Het beslissende moment in de koers, als de renners alles geven om als eerste over de lijn te gaan.
Etappekoers
Race over meerdere dagen.
Gat dichtrijden
Van achteren aansluiten bij een groep.
Gat slaan
Slaat op een renner die de afstand tussen hem en zijn achtervolgers weet te vergroten.
Gele trui
Shirt gedragen door de nr. 1 in het algemeen klassement.
Gelost
Renner achtergelaten door het peloton.
Groene trui
Shirt gedragen door de nr. 1 in het puntenklassement. Punten worden gegeven om de finishstreep en tijdens tussensprints.
Het vod
De rode vlag boven de weg die de laatste kilometer aangeeft.
Hongerklop
Vindt plaats als de bloedsuikerspiegel te veel zakt als gevolg van te weinig inname van voedsel.
In het rood rijden
Harder rijden dan goed voor je is. Blijf je te lang in het rood rijden, dan ontmoet je uiteindelijk de man met de hamer.
Individuele tijdrit
De renner strijdt in zijn eentje tegen de klok, met als doel de snelste tijd neer te zetten.
Juiste ontsnapping
De groep die het langs aan kop van de koers zal rijden.
Keirin
Een van origine Japans baanwielrenonderdeel. De race begint met een peloton van renners achter een derny, waarbij de snelheid langzaam oploopt tot 45km/u. Op zo'n 700 meter van de finish gaat de motor opzij, waarna de renners voor de overwinning mogen sprinten.
Klimmer
Renner die het best tot zijn recht komt als de weg lang omhoog loopt. Uitermate geschikt om mee te strijden om punten in het bergklassement.
Knecht
Renner die zich opoffert voor de kopman.
Kopman
De grootste troef binnen een ploeg, vanwege zijn capaciteiten of vanwege zijn plaats in het klassement.
Kopwerk
Voor in een groep rijden om andere renners uit de wind te houden. Door telkens elkaars kopwerk over te nemen, hoeven renners in een groep minder werk te verrichten dan een renner die solo rijdt.
Lead-out man
De renner die de eindsprint aantrekt voor de sprinter van de ploeg.
Linkebal
Renner die geen kopwerk doet.
Man met de hamer
De 'man met de hamer tegenkomen' is synoniem aan opblazen, met dien verschil dat de renner hier met rust nog enigszins kan herstellen.
Meezitten met de juiste ontsnapping
Dit betekent dat je in de groep zit die ruimte krijgt van het peloton om weg te rijden.
Musette
Een schoudertasje waar eten en drinken voor renners in zit. Het wordt halverwege de koers aangereikt in een speciale bevoorradingsszone.
Op de kant
Als er schuin tegenwind is, vormen de renners voorin een diagonale waaier over de breedte van de weg. Bij harde wind kan de voorste renner besluiten de waaier te versmallen, zodat maar een klein groepje zich achter hem kan verschuilen: de rest zit op de kant van de weg. Hierdoor kan het peloton in twee of meerdere groepen breken, die ieder hun eigen waaier vormen.
Opblazen
Gevoel van totale vermoeidheid veroorzaakt door een aaneenschakeling van grote inspanningen en/of te weinig eten. Gevolg is dat de renner in korte tijd veel tijd verliest op zijn concurrenten.
Peloton
Grootste groep renners tijdens een koers.
Ploegentijdrit
De gehele ploeg rijdt gezamenlijk tegen de klok, met als doel de snelste tijd neer te zetten met een gegeven aantal renners.
Ploegleider
De man binnen de ploeg die de strategie bepaalt en vanuit de wagen instructies geeft aan zijn renners.
Proloog
Korte race tegen de klok die geldt als opener van een etappekoers.
Puncheur
Type renner dat houdt van heuvelachtig terrein. Op korte, steile beklimmingen is hij helemaal in zijn element.
Sprint
Baanonderdeel tussen twee renners. Winnaar is degene die als eerste de lijn passeert. Tactiek speelt een belangrijke rol: de renners elkaar mogen elkaar tot een surplace (bijna-stilstand) dwingen.
Sprinter
Renner die zich praktisch de hele koers schuilhoudt in het peloton, om aan het slot zijn opgespaarde explosiviteit aan te spreken, in de hoop als eerste te eindigen tijdens een massasprint.
Sprong
Een onverwachte demarrage waarmee een renner opponenten op afstand zet.
Treintje
In de laatste kilometer wordt de sprinter naar de kop van het peloton gebracht door zijn ploegmaten. Elke renner voor hem rijdt zichzelf helemaal leeg en geeft af aan de volgende, net zo lang tot er maar één overblijft. Deze trekt de sprint aan en zet zijn kopman af op de best mogelijke plek, waarna de sprinter zelf het werk mag afmaken.
Uitbollen
Plotseling snelheid verlagen.
Verzet
Dit is de verhouding tussen het aantal tanden op de voor- en achtertandwielen. Hoe hoger de verhouding, hoe groter de afstand die je haalt met één omwenteling van de pedalen.
Vluchter(s)
Renner of een groep renners die afstand heeft genomen van het peloton.
Waaier
Een groep renners die zichzelf diagonaal over de weg positioneert. De eerste renner rijdt aan de kant waar de wind vandaan komt, de anderen rijden schuin achter hem om zichzelf zo veel mogelijk tegen de invloed van de wind te beschermen.
Waterdrager
Knecht met de speciale taak om bidons op te halen bij de wagen en ze uit te delen onder zijn ploegmaten.
Wegetappe
Een wegetappe geeft een etappe aan die geen tijdrit is, ongeacht het terrein.
Wieltjesplakker
Een renner die in het wiel van zijn rivaal blijft zitten en weigert over te nemen.
Witte trui
Shirt gedragen door de nr. 1 in het jongerenklassement (onder 25 jaar).